Waarom sterren verschillende kleuren hebben: van rood tot blauwwit

De sterren kleur aan de nachtelijke hemel lijkt op het eerste gezicht wit of geel, maar wie goed kijkt ziet veel meer. Sommige sterren geven een warme oranje gloed, andere stralen felblauw licht uit. Die kleuren zijn geen toeval. Ze vertellen iets over wat er binnenin een ster gebeurt en hoe oud die ster eigenlijk is.

De temperatuur bepaalt de tint van een ster

Elke ster heeft een eigen oppervlaktetemperatuur, en die temperatuur bepaalt welk licht de ster uitstraalt. Koele sterren hebben een temperatuur van ongeveer 3000 graden Celsius en zien er roodachtig uit. Een bekende rode ster is Betelgeuze, die je kunt vinden in het sterrenbeeld Orion. Hoe hoger de temperatuur oploopt, hoe meer de kleur verschuift naar geel, dan wit, en uiteindelijk naar blauwwit. De allerheetste sterren bereiken temperaturen van meer dan 30.000 graden Celsius en stralen blauwwit licht uit. Onze eigen zon zit er tussenin met een oppervlaktetemperatuur van ongeveer 5500 graden Celsius, waardoor ze geel van kleur is. Dit verband tussen warmte en kleur werkt eigenlijk hetzelfde als een stuk metaal dat je verhit: eerst gloeit het rood, dan oranje en bij genoeg hitte wit.

De indeling van sterren naar kleur en temperatuur

Astronomen gebruiken een classificatiesysteem om sterren in te delen op basis van hun spectraaltype. Dit systeem loopt van de letter O voor de heetste blauwwitte sterren tot de letter M voor de koelste rode sterren. Daartussenin zitten typen als B voor blauw, A voor blauwwit, F voor geelwit, G voor geel en K voor oranje. Onze zon valt in klasse G. De letters lijken willekeurig, maar dat komt doordat het systeem vroeger anders was opgezet en later werd aangepast. Sterren van het type O en B zijn zeldzaam, maar ze zijn zo fel dat ze toch goed zichtbaar zijn aan de hemel. Rode sterren van het type M zijn juist veruit het meest voorkomend in het heelal, al zijn ze vaak te zwak om met het blote oog te zien.

Waarom sterren aan de hemel soms anders van kleur lijken

Met het blote oog is het lastig om de tint van een ster goed te zien. De atmosfeer van de aarde speelt daarin een grote rol. Licht van sterren buigt af als het door de lucht beweegt, en dat kan de waargenomen kleur beïnvloeden. Sterren die laag aan de horizon staan flikkeren ook meer, waardoor hun licht snel van tint lijkt te wisselen. Met een verrekijker of telescoop zie je de kleuren al beter. Astrofotografen maken lange belichtingsfoto’s om de tinten nog duidelijker vast te leggen. Op zulke foto’s vallen de contrasten sterk op: een helderblauw punt naast een dieporanje punt in hetzelfde sterrenveld. Die beelden laten zien wat onze ogen overdag in sterrenwachten minder goed kunnen onderscheiden.

Wat de kleur van een ster vertelt over zijn levensfase

De tint van een ster geeft ook informatie over de levensfase waarin die ster zich bevindt. Jonge, zware sterren zijn vaak blauw omdat ze enorm veel energie vrijmaken in korte tijd. Ze leven maar enkele miljoenen jaren voordat ze exploderen als supernova. Gele sterren zoals onze zon zijn middeloud en stabiel. Ze leven miljarden jaren. Aan het einde van hun leven zwellen veel sterren op en worden ze een rode reus. Betelgeuze is daar een goed voorbeeld van: deze ster is zo groot dat als hij op de plek van onze zon zou staan, hij tot voorbij de baan van Mars zou reiken. Na de fase als rode reus stoot een ster zijn buitenlagen af en blijft er een wit dwergster over. Die kleine, dichte overblijfselen zijn wittig van kleur en koelen langzaam af over miljarden jaren.

Veelgestelde vragen

Welke kleur heeft de heetste ster?
De heetste sterren zijn blauwwit van kleur. Ze hebben een oppervlaktetemperatuur van meer dan 30.000 graden Celsius. Dit soort sterren valt in spectraalklasse O en leeft maar kort vergeleken met koelere sterren.

Kunnen sterren van kleur veranderen?
Sterren veranderen heel langzaam van kleur naarmate ze ouder worden. Een ster die begint als heet en blauw kan na miljoenen jaren uitdijen en een rode reus worden. Die verandering gebeurt zo langzaam dat een mensenleven veel te kort is om het te zien.

Waarom lijkt bijna elke ster wit als je omhoog kijkt?
Sterren lijken wit aan de hemel omdat ze zo ver weg zijn dat het kleurverschil moeilijk te zien is met het blote oog. Onze ogen zijn ook minder goed in kleuren waarnemen bij weinig licht. Met een verrekijker of een lange belichtingsfoto zijn de kleuren veel duidelijker te zien.

Is een rode ster altijd kouder dan een gele ster?
Ja, rode sterren zijn altijd koeler dan gele sterren. Een rode ster heeft een oppervlaktetemperatuur van ongeveer 2500 tot 4000 graden Celsius, terwijl een gele ster zoals onze zon rond de 5000 tot 6000 graden Celsius zit. Hoe roder de kleur, hoe lager de temperatuur.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *