De melkweg is ongeveer 100.000 lichtjaar breed en bevat naar schatting 100 tot 400 miljard sterren. Dat zijn de kerncijfers als je wilt weten hoe groot de melkweg is. Ter vergelijking: één lichtjaar is de afstand die licht in een jaar aflegt, zo’n 9,46 biljoen kilometer. De melkweg is dus letterlijk een onvoorstelbaar grote verzameling van gas, stof, sterren en planeten, allemaal samengebundeld in een spiraalvormig stelsel.
Ons zonnestelsel bevindt zich niet in het midden, maar op ongeveer 26.000 lichtjaar van het galactisch centrum. We zitten in een van de buitenste spiraalarm, de Orionarm. Dat geeft je een idee van hoe uitgestrekt het geheel is: onze zon is één van honderden miljarden sterren, ergens aan de rand van het stelsel.
De exacte afmetingen van de melkweg
De schijf van de melkweg heeft een diameter van ongeveer 100.000 lichtjaar. De dikte van die schijf wisselt: in het midden, bij de centrale uitbolling (de “bulge”), is de melkweg zo’n 16.000 lichtjaar dik. Verder naar de buitenkant wordt de schijf dunner, tot ongeveer 1.000 lichtjaar. Rondom de schijf bevindt zich een bolvormige halo van oudere sterren en donkere materie, die nog veel verder reikt.
Recente astronomische metingen (rond 2019) suggereren dat de buitenste rand van de melkweg verder reikt dan lang werd aangenomen, mogelijk tot 200.000 lichtjaar als je de halo meerekent. De precieze grens is moeilijk te bepalen, omdat de melkweg niet abrupt ophoudt maar geleidelijk dunner wordt aan de randen.
Hoe zwaar is de melkweg?
De massa van de melkweg is enorm. Astronomen schatten die op ongeveer 1 tot 1,5 biljoen zonsmassa’s, waarbij een groot deel bestaat uit donkere materie, een onzichtbare stof die via de zwaartekracht meetbaar is maar niet direct waarneembaar. De gewone zichtbare materie, dus sterren, gas en stof, maakt maar een deel uit van het totale gewicht.
Hoe snel draait de melkweg?
De melkweg staat niet stil. Ons zonnestelsel beweegt met een snelheid van ongeveer 220 kilometer per seconde rond het centrum van de melkweg. Toch duurt één volledige omloop zo’n 225 tot 250 miljoen jaar. Dat lange tijdsbestek geeft aan hoe enorm groot de cirkel is die we afleggen.
De melkweg in perspectief
Om de grootte van de melkweg te begrijpen, helpt een eenvoudige vergelijking. Stel dat je de zon verkleint tot de grootte van een zandkorrel van één millimeter. Op die schaal is de dichtstbijzijnde ster, Proxima Centauri, nog altijd zo’n 4,2 meter verderop. De melkweg zelf zou dan op die schaal een schijf zijn van ruim 1.000 kilometer breed. Van Amsterdam tot diep in Oost-Europa.
Vergeleken met andere sterrenstelsels is de melkweg middelgroot. Het Andromedanevel, ons naaste grote buursterrenstelsel, is zelfs nog groter: met een diameter van naar schatting 220.000 lichtjaar. Die twee stelsels stevenen trouwens op elkaar af en zullen over ongeveer 4,5 miljard jaar samensmelten.
Waarom is de grootte zo moeilijk te meten?
We zitten midden in de melkweg, wat meten lastig maakt. Je kunt een bos moeilijk van binnenuit inmeten. Astronomen gebruiken daarom methoden als het meten van de afstand tot sterren via parallax (het verschuiven van de positie van een ster ten opzichte van de achtergrond als de aarde om de zon draait), en het karteren van de spiraalstructuur via radiostraling van waterstofgas. De Gaia-ruimtetelescoop van de Europese Ruimtevaartorganisatie (ESA) heeft since 2013 de positie en beweging van miljarden sterren in kaart gebracht, wat steeds nauwkeuriger metingen oplevert van de ware omvang van ons sterrenstelsel.
De melkweg is dus enorm groot, met een diameter van zo’n 100.000 lichtjaar voor de zichtbare schijf en mogelijk het dubbele als je de buitenste halo meerekent. Ons hele zonnestelsel is daarin een nauwelijks zichtbaar stipje. Dat maakt de schaal van de melkweg misschien wel het meest indrukwekkende feit in de sterrenkunde.





