Het heelal telt naar schatting zo’n 200 sextiljoen sterren, dat is een 2 gevolgd door 23 nullen. Dit getal is zo groot dat het nauwelijks te bevatten is, en astronomen benadrukken dat het om een schatting gaat. Het exacte aantal sterren is simpelweg niet te tellen.
Om het in perspectief te zetten: er zijn naar alle waarschijnlijkheid meer sterren in het heelal dan er zandkorrels op alle stranden en woestijnen van de aarde samen zijn. Dat is een vergelijking die wetenschappers regelmatig maken om de schaal van het heelal voelbaar te maken.
Hoeveel sterren zijn er in ons eigen melkwegstelsel?
Ons eigen melkwegstelsel, de Melkweg, telt naar schatting zo’n 100 tot 500 miljard sterren. De meest gebruikte schatting ligt rond de 200 à 400 miljard. De grote bandbreedte komt doordat veel sterren te zwak of te ver weg zijn om direct te meten. Het merendeel van de sterren in de Melkweg zijn zogenoemde rode dwergsterren. Dat zijn kleine, koele en weinig opvallende sterren die je met het blote oog nooit ziet, maar die het grootste deel van de sterrenpopulatie uitmaken.
Ter vergelijking: met het blote oog kun je op een heldere nacht zonder lichtverontreiniging maar zo’n 2.000 à 5.000 sterren zien. Dat is een fractie van een fractie van wat er in de Melkweg alleen al bestaat.
Hoeveel sterrenstelsels zijn er?
Het grote getal van sextiljoen sterren komt doordat het heelal niet alleen de Melkweg bevat, maar naar schatting 200 miljard tot 2 biljoen sterrenstelsels. Elk sterrenstelsel telt gemiddeld honderd miljard sterren, hoewel dat sterk verschilt. Sommige dwergstelsels bevatten maar een paar miljard sterren; grote elliptische stelsels kunnen er biljarden huisvesten.
Door de grootte van het heelal en de eindigheid van de lichtsnelheid kunnen astronomen bovendien alleen het waarneembare heelal bestuderen. Wat daarbuiten ligt, is letterlijk niet zichtbaar. Het werkelijke aantal sterren in het volledige heelal kan dus nog veel groter zijn dan de huidige schattingen.
Hoe tellen astronomen sterren?
Astronomen tellen sterren niet één voor één. In plaats daarvan meten ze de totale helderheid van een sterrenstelsel en berekenen ze op basis van bekende sterrenpopulaties hoeveel sterren daarvoor nodig zijn. Ze kijken ook naar de massa van een stelsel en gebruiken modellen van hoe sterren zich verdelen naar type en grootte.
Een andere methode is het tellen van sterren in een klein stukje van de hemel en dat getal vervolgens extrapoleren naar het hele heelal. De bekende Hubble Deep Field-opname uit 1995 liet zien hoeveel sterrenstelsels er zitten in een gebied ter grootte van een zandkorrel op afstand van een meter. Dat gaf astronomen een nieuwe maatstaf voor het aantal stelsels en dus voor het totale aantal sterren.
Waarom is het getal zo onzeker?
De onzekerheid zit in meerdere factoren tegelijk. Rode dwergen zijn moeilijk te detecteren door hun zwakke uitstraling. Sterrenstelsels aan de rand van het waarneembare heelal zijn vaag en moeilijk te analyseren. En wetenschappers passen hun schattingen regelmatig bij naarmate telescopen beter worden. Zo zijn de schattingen voor het aantal sterrenstelsels door betere waarnemingen al meerdere keren omhooggegaan.
De James Webb Space Telescope, die in 2022 zijn eerste beelden stuurde, geeft inmiddels een veel scherper beeld van verre stelsels dan ooit eerder mogelijk was. Dat leidt ook tot verfijndere schattingen van het totale aantal sterren in het heelal.
Het totale aantal sterren in het heelal blijft dus een schatting, ergens rond de 200 sextiljoen, maar de echte waarde kan hoger liggen. Wat zeker is: het getal gaat ons voorstellingsvermogen ver te boven. Zelfs als je elke seconde een ster zou tellen, zou je er triljoenen jaren over doen om ze allemaal te tellen.





