De volgorde van het zonnestelsel, van de zon naar buiten toe, is: Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. Dit zijn de acht officiële planeten, gerangschikt op afstand tot de zon. Daarnaast zijn er dwergplaneten zoals Ceres, Pluto en Haumea, die op grotere afstanden om de zon draaien.
Of je nu snel de volgorde wilt weten of begrijpen waarom de planeten zo geordend zijn: hieronder vind je alles wat je nodig hebt.
De volgorde van het zonnestelsel op een rij
Hieronder staan de acht planeten in volgorde van dichtbij naar ver, met hun gemiddelde afstand tot de zon:
| Positie | Planeet | Gemiddelde afstand tot de zon |
|---|---|---|
| 1 | Mercurius | circa 58 miljoen km |
| 2 | Venus | circa 108 miljoen km |
| 3 | Aarde | circa 150 miljoen km |
| 4 | Mars | circa 228 miljoen km |
| 5 | Jupiter | circa 778 miljoen km |
| 6 | Saturnus | circa 1,4 miljard km |
| 7 | Uranus | circa 2,9 miljard km |
| 8 | Neptunus | circa 4,5 miljard km |
Tussen Mars en Jupiter bevindt zich de asteroïdengordel, een brede zone vol rotsblokken en kleinere hemellichamen. Die gordel markeert de grens tussen de vier binnenste, rotsachtige planeten en de vier buitenste, gasachtige reuzen.
Ezelsbruggetje voor de volgorde
De volgorde van de planeten onthouden gaat makkelijker met een ezelsbruggetje. Een bekende Nederlandse versie is: “Mijn Vader Eet ’s Morgens Jus, Soms Uitgebreid, Neen.” De beginletters staan voor Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. Je kunt ook zelf een zin verzinnen met dezelfde beginletters, dat helpt nóg beter.
Binnenste en buitenste planeten
De planeten in de volgorde van het zonnestelsel vallen in twee groepen uiteen. De vier binnenste planeten (Mercurius tot en met Mars) zijn relatief klein en bestaan voornamelijk uit steen en metaal. Ze hebben een vaste oppervlakte waarop je in theorie zou kunnen staan.
De vier buitenste planeten (Jupiter tot en met Neptunus) zijn veel groter en bestaan grotendeels uit gas of ijs. Jupiter en Saturnus zijn gasreuzen; Uranus en Neptunus worden ijsreuzen genoemd omdat ze naast gas ook veel bevroren water, ammoniak en methaan bevatten. Saturnus is direct herkenbaar aan zijn opvallende ringen, maar ook Jupiter, Uranus en Neptunus hebben ringen, al zijn die veel minder zichtbaar.
Wat is de positie van dwergplaneten in de volgorde?
Naast de acht officiële planeten zijn er dwergplaneten. De bekendste is Pluto, die tot 2006 als negende planeet gold. De Internationale Astronomische Unie (IAU) besloot dat jaar dat Pluto niet aan alle eisen voor een volwaardige planeet voldoet, en plaatste hem in de categorie dwergplaneten. Andere dwergplaneten zijn onder meer Ceres (in de asteroïdengordel, tussen Mars en Jupiter), en Haumea, Quaoar en Orcus (ver voorbij Neptunus, in de zogeheten Kuipergordel).
Als je Pluto meerekent in de volgorde, staat hij op positie 9, op gemiddeld circa 5,9 miljard kilometer van de zon. Maar officieel maakt hij geen deel uit van de vaste planetenvolgorde.
Waarom staan de planeten in déze volgorde?
De volgorde is geen toeval. Bij het ontstaan van het zonnestelsel, zo’n 4,6 miljard jaar geleden, werd de omgeving dicht bij de zon te heet voor ijs en lichte gassen. Alleen rotsachtig materiaal kon zich daar samenklonteren. Verder van de zon bleef het koud genoeg voor ijs en gas, waardoor de grote gasreuzen konden groeien. Die scheiding verklaart direct waarom rotsplaneten van binnen en gasreuzen van buiten staan.
De volgorde van de planeten in ons zonnestelsel is dus zowel een kwestie van afstand als van samenstelling. Door die logische opbouw is de volgorde ook goed te begrijpen en te onthouden: klein en rotsachtig dichtbij, groot en gasvormig verder weg.





