De namen van de planeten in ons zonnestelsel komen bijna allemaal van Romeinse goden. Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus zijn de vijf planeten die al in de oudheid met het blote oog zichtbaar waren. De Romeinen koppelden die hemellichamen aan hun goden en gaven ze daar ook de naam van. Die traditie is daarna consequent doorgezet bij de ontdekking van Uranus en Neptunus.
Alleen de Aarde springt eruit: die naam komt niet van een Romeinse god, maar van een oud Germaans woord voor bodem of grond. In het Latijn heet de Aarde overigens wel “Terra”, wat je terugziet in woorden als terraforming en terrestrisch.
De planeten namen één voor één uitgelegd
Mercurius is de snelste planeet van het zonnestelsel en staat het dichtst bij de zon. De Romeinen noemden hem naar Mercurius, de god van de handel en boodschapper van de goden. Die verbinding met snelheid was logisch: Mercurius legt zijn baan om de zon af in slechts 88 dagen.
Venus is de helderste planeet aan de hemel en daardoor al heel vroeg opgemerkt door mensen. De Romeinen verbonden haar schoonheid en glinstering aan Venus, de godin van de liefde en schoonheid. Venus is ook wel bekend als de morgenster of avondster, afhankelijk van wanneer je haar ziet.
De Aarde heeft geen naam van een Romeinse god. Het woord “aarde” stamt uit het Germaans en betekent simpelweg grond of bodem. Dat is ook logisch: de mensen die de naam gaven, leefden er zelf op en zagen het als de vaste ondergrond onder hun voeten, geen hemellichaam van veraf.
Mars heeft een opvallend roodachtige kleur door ijzeroxide op zijn oppervlak. Die rode kleur deed de Romeinen denken aan bloed en oorlog, en daarom kreeg de planeet de naam van Mars, de god van de oorlog.
Jupiter is de grootste planeet van het zonnestelsel. Zijn enorme omvang paste bij de machtigste god uit het Romeinse pantheon: Jupiter, de oppergod en heerser over hemel en aarde. De naam was dus een kwestie van de grootste planeet koppelen aan de grootste god.
Saturnus is de planeet met de bekende ringen en staat in het zonnestelsel direct na Jupiter. In de Romeinse mythologie is Saturnus de vader van Jupiter en de god van de landbouw en de tijd. Omdat Saturnus langzamer beweegt dan Jupiter, paste de naam van een oudere, tragere figuur goed.
Uranus werd in 1781 ontdekt door de Britse astronoom William Herschel. Hij wilde de planeet aanvankelijk “Georgium Sidus” noemen, naar de Britse koning George III. Dat vond weinig weerklank buiten Groot-Brittannië. Uiteindelijk werd gekozen voor Uranus, de Griekse god van de hemel en de vader van Saturnus. Daarmee bleef de mythologische lijn intact, al is het de enige planeet met een Griekse naam in plaats van een Romeinse.
Neptunus werd in 1846 ontdekt en heeft een opvallend diepe blauwe kleur. Die kleur riep direct de zee op, en dus werd de planeet vernoemd naar Neptunus, de Romeinse god van de zee. De keuze was snel gemaakt en sloot netjes aan bij de traditie van de andere planeten.
Waarom zijn bijna alle planeten namen Romeins?
De Romeinen bouwden voort op een nog oudere traditie. De Grieken hadden de planeten al namen van hun eigen goden gegeven: Ares, Aphrodite, Hermes, Zeus en Kronos. Toen de Romeinse cultuur dominanter werd, vertaalden ze die namen gewoon naar hun eigen godenpantheon. Omdat de westerse astronomie daarna grotendeels in het Latijn werd bedreven, bleven de Romeinse namen de standaard. Bij nieuwe ontdekkingen zoals Uranus en Neptunus lag het voor de hand om in dezelfde mythologische sfeer te blijven.
Hoe worden namen van nieuwe planeten en dwergplaneten bepaald?
Tegenwoordig is de Internationale Astronomische Unie (IAU) verantwoordelijk voor het officieel toekennen van namen aan hemellichamen. Voor planeten en dwergplaneten in ons zonnestelsel houdt de IAU vast aan de mythologische traditie. Pluto, de bekendste dwergplaneet, is vernoemd naar de Romeinse god van de onderwereld. Dat paste goed bij zijn positie ver aan de rand van het zonnestelsel, ver van het licht van de zon. Andere dwergplaneten dragen namen als Eris (godin van tweedracht), Makemake (scheppergod uit de Paaseilandmythologie) en Haumea (Hawaiiaanse godin van de geboorte), waarbij de IAU ook ruimte geeft aan niet-Westerse mythologieën.
Hebben planeten ook namen in andere talen?
In veel talen zijn de planetnamen directe vertalingen of aanpassingen van de Latijnse namen. In het Duits heet Jupiter gewoon Jupiter, in het Frans ook. In het Arabisch dragen planeten andere mythologische namen uit de islamitische of oude Arabische traditie. In het Chinees worden planeten aangeduid met de vijf klassieke elementen: Mars heet “vuurster”, Jupiter “houtster”, Saturnus “aardster”, Venus “metaalster” en Mercurius “waterster”. Dat laat zien hoe andere culturen hun eigen systemen hadden, maar dat de westerse Romeinse naamgeving uiteindelijk de internationale standaard is geworden.
De namen van de planeten zijn dus geen toeval. Ze vertellen een verhaal over hoe mensen door de eeuwen heen de hemel waarnamen en die waarnemingen koppelden aan hun goden, hun cultuur en de eigenschappen die ze in de planeten zagen. Elke naam is als het ware een kleine mythologische schets van wat mensen vroeger dachten te zien als ze omhoog keken.





