De ruimte is minstens 93 miljard lichtjaar groot, maar onderzoekers denken dat ze in werkelijkheid oneindig is. Dat is zo’n duizelingwekkend getal dat het bijna niet te bevatten is. Toch is er een hoop te zeggen over wat we wél en niet weten over de omvang van het heelal.
Het waarneembare heelal: 93 miljard lichtjaar
Wat we kunnen meten, is het zogenoemde waarneembare heelal. Dat is het deel van de ruimte waarvan licht ons al heeft bereikt sinds de oerknal, zo’n 13,8 miljard jaar geleden. De straal van dat waarneembare deel is ongeveer 46,5 miljard lichtjaar, wat betekent dat de totale doorsnede uitkomt op zo’n 93 miljard lichtjaar. Eén lichtjaar is de afstand die licht in één jaar aflegt: bijna 9,5 biljoen kilometer.
Dat het waarneembare heelal groter is dan 13,8 miljard lichtjaar, terwijl het heelal ook maar 13,8 miljard jaar oud is, klinkt tegenstrijdig. De verklaring is dat het heelal zelf uitdijt. Ruimte die we in het verleden konden zien, heeft sindsdien de tijd gehad om verder van ons af te bewegen. Zo is de grens van wat zichtbaar is opgerekt tot die 46,5 miljard lichtjaar.
Hoe groot is de ruimte voorbij wat we kunnen zien?
Voorbij het waarneembare heelal is er vermoedelijk nog veel meer ruimte, maar dat weten we niet met zekerheid. Het licht van die ver weg gelegen gebieden heeft ons simpelweg nog niet bereikt, of kan ons door de uitdijing nooit meer bereiken. Onderzoekers denken dat het totale heelal vele malen groter is dan het deel dat we kunnen waarnemen. Sommige modellen suggereren dat het geheel minstens duizenden keren zo groot is als het waarneembare deel. Anderen gaan uit van een werkelijk oneindig heelal.
Dat laatste is niet te bewijzen of te weerleggen met de huidige technologie. We kunnen alleen meten wat licht ons vertelt, en dat licht heeft een grens. Alles daarboven is vooralsnog theorie.
Hoeveel sterrenstelsels en sterren passen er in?
De enorme omvang van de ruimte wordt concreter als je kijkt naar wat er in zit. Ons eigen melkwegstelsel bevat volgens NASA minstens 100 miljard sterren. En het melkwegstelsel is slechts één van de naar schatting twee biljoen sterrenstelsels in het waarneembare heelal. Dat zijn dus 2.000 miljard sterrenstelsels, elk met gemiddeld tientallen tot honderden miljarden sterren.
Als je dat probeert te vertalen naar aantallen: het totale aantal sterren in het waarneembare heelal wordt geschat op een getal met 24 nullen. Ter vergelijking: het aantal zandkorrels op alle stranden van de aarde wordt geschat op een getal met 19 nullen. Er zijn dus ruim 100.000 keer meer sterren in het waarneembare heelal dan zandkorrels op aarde.
Is de ruimte echt oneindig?
Of de ruimte werkelijk oneindig is, weet niemand. Wetenschappers kunnen dat met de huidige middelen niet vaststellen. Wat ze wel weten, is dat het heelal nog steeds groter wordt. De uitdijing versnelt zelfs, vermoedelijk door een kracht die donkere energie wordt genoemd. Dat betekent dat verre sterrenstelsels steeds sneller van ons af bewegen, en op den duur zo ver weg zullen zijn dat ze nooit meer zichtbaar worden.
Het heelal heeft ook geen bekende buitengrens of rand. Er is geen punt waarop je de “muur” van de ruimte bereikt. Dat is fundamenteel anders dan hoe mensen normaal gesproken over grote ruimtes nadenken, en precies waarom de vraag naar de grootte van de ruimte zo lastig eenduidig te beantwoorden is.
Veelgestelde vragen over de grootte van de ruimte
Hoe groot is het waarneembare heelal precies?
De doorsnede van het waarneembare heelal is ongeveer 93 miljard lichtjaar. Dat is de afstand die licht in 93 miljard jaar zou afleggen.
Groeit de ruimte nog steeds?
Ja. Het heelal dijt voortdurend uit, en die uitdijing versnelt zelfs. Sterrenstelsels ver van ons vandaan bewegen sneller van ons af dan dichtbijgelegen stelsels.
Heeft de ruimte een rand?
Niet voor zover bekend. Er is geen ontdekte grens of buitenkant van het heelal. Alles wat we meten wijst erop dat de ruimte in alle richtingen doorgaat.
Waarom kunnen we niet verder kijken dan 46,5 miljard lichtjaar?
Omdat het heelal 13,8 miljard jaar oud is en licht niet sneller kan reizen dan de lichtsnelheid. Wat verder weg lag ten tijde van de oerknal, heeft ons nog geen licht gestuurd dat ons al bereikt heeft.
De simpelste eerlijke samenvatting: het meetbare deel van de ruimte is 93 miljard lichtjaar groot, maar het werkelijke heelal is vermoedelijk veel groter en mogelijk oneindig. Dat weten wetenschappers op dit moment gewoonweg nog niet.





