Het oppervlak van de maan beslaat ongeveer 37,9 miljoen vierkante kilometer. Dat is vergelijkbaar met de totale landoppervlakte van Afrika en Europa samen, maar dan allemaal op één bol. De maan heeft een diameter van 3.476 kilometer en een omtrek van bijna 10.916 kilometer. Groot genoeg om indrukwekkend te zijn, maar een stuk kleiner dan de aarde.
Het maanoppervlak is verre van vlak. Je vindt er kraters, bergen, vlaktes en diepe groeven. Elke vierkante kilometer vertelt iets over miljarden jaren bombardement door meteorieten, vulkanische activiteit uit het vroege ontstaan van ons zonnestelsel en de afwezigheid van wind of regen die het landschap had kunnen afvlakken.
Hoe groot is het oppervlak van de maan precies?
De maan heeft een straal van ongeveer 1.737 kilometer. Via de formule voor een boloppervlak (4πr²) kom je uit op zo’n 37,9 miljoen km². Ter vergelijking: de aarde heeft een totaal oppervlak van ongeveer 510 miljoen km². Het maanoppervlak is dus ruwweg 13 keer kleiner dan dat van de aarde. Toch is het geen klein gebied; het is meer dan genoeg ruimte om je in te verliezen.
Omdat de maan geen atmosfeer heeft, zijn er ook geen weersverschijnselen die het oppervlak aantasten. Wat er eenmaal ligt, blijft liggen. Voetstappen van de Apollo-astronauten zijn er in principe nog steeds zichtbaar, al kunnen kleine meteorieten ze op termijn langzaam doen vervagen.
Twee soorten terrein op het maanoppervlak
Als je de maan bekijkt, zie je duidelijk twee soorten landschap. De donkere vlaktes heten “maria” (het Latijnse woord voor zeeën). Ze werden vroeger door astronomen voor echte zeeën aangezien, wat ze zijn niet. Het zijn oude uitgevloeide lavagebieden, gevormd door vulkaanuitbarstingen miljarden jaren geleden. De bekendste is de Oceanus Procellarum, de Oceaan der Stormen.
De lichtere gebieden zijn de hooglanden, ook wel “terrae” genoemd. Ze zijn ouder en zwaarder bekraterd dan de maria. Hier heeft de oppervlakte een grijswitte kleur door het materiaal dat bij inslagens omhoog is gegooid en neergedaald. Samen beslaan maria en hooglanden het volledige oppervlak van de maan.
Kraters: het meest opvallende kenmerk
Verreweg het meest opvallende aan het maanoppervlak zijn de kraters. Er zijn er honderdduizenden, variërend van microscopisch klein tot honderden kilometers breed. De grootste bekende inslagestructuur is het Aitken-bekken aan de zuidpool, met een diameter van ongeveer 2.500 kilometer en een diepte van ruim 8 kilometer. Dat is een van de grootste inslagestructuren in het hele zonnestelsel.
Bekende kraters zijn onder andere Tycho, Copernicus en Clavius. Ze zijn zo groot dat je ze met een simpele verrekijker al kunt zien. Tycho heeft een diameter van zo’n 85 kilometer en is omringd door straalpatronen van uitgeslingerd gesteente dat zich over honderden kilometers uitstrekt.
Bergen en valleien op de maan
Het maanoppervlak heeft ook bergketens. De Montes Apenninus vormen een keten van meer dan 600 kilometer lang, met pieken tot ongeveer 5 kilometer hoog. Ze liggen aan de rand van de Mare Imbrium en zijn bij helder weer met een telescoop goed te zien.
Naast bergen zijn er ook rilles: lange, smalle groeven in het oppervlak. Die ontstonden waarschijnlijk door tektonische spanning of de instorting van oude lavatunnels. Vallis Schröteri is een van de bekendste en breedste rilles, met een breedte van soms wel 10 kilometer.
Maanpolen: ijs in permanente schaduw
De polen van de maan zijn bijzonder. Door de geringe axiale kanteling van de maan bevinden sommige kraters aan de zuidpool zich in permanente schaduw. Zonlicht bereikt de bodem van die kraters nooit. In die zogenoemde “permanently shadowed regions” heeft NASA waterijs aangetoond. Dat maakt de maanpolen interessant voor toekomstige maanmissies: ijs kan potentieel worden gebruikt als drinkwater of omgezet worden in raketbrandstof.
De noordpool heeft vergelijkbare koude schaduwen, maar de concentratie waterijs lijkt daar kleiner dan aan de zuidpool. Het Artemis-programma van NASA richt zich specifiek op de zuidpoolregio van de maan, mede vanwege deze ijsafzettingen.
Regolith: de bovenste laag van het maanoppervlak
Het zichtbare oppervlak van de maan bestaat uit een laag fijn, poederachtig materiaal dat regolith heet. Die laag is ontstaan door miljarden jaren van inslagens die gesteente fijnmaalden. De dikte varieert van een paar meter in de jongere maria tot wel tientallen meters in de oudere hooglanden.
Regolith is scherp en korrelig, wat het voor astronauten lastig maakt. Het hecht aan ruimtepakken en apparatuur en kan bij lang contact slijtage veroorzaken. De Apollo-astronauten merkten al snel dat maanstof overal in kroop en moeilijk te verwijderen was. Dat is een van de praktische uitdagingen voor toekomstige langere verblijven op de maan.
Het maanoppervlak is een goed bewaard archief van de vroege geschiedenis van ons zonnestelsel. Zonder atmosfeer, zonder erosie en zonder platentektoniek verandert er weinig. Wat er vier miljard jaar geleden gebeurde, is er nog steeds terug te zien in het landschap.





