De aarde draait in een bijna cirkelvormige baan om de zon, en de maan draait tegelijkertijd om de aarde. Die twee bewegingen tegelijk bepalen ons jaar, onze maanden en de maanfasen die je elke nacht aan de hemel ziet. Hieronder leggen we precies uit hoe dat werkt.
Hoe de aarde om de zon draait
De aarde beweegt in een ellipsvormige baan om de zon. Eén rondje duurt precies 365 dagen en ongeveer 6 uur, ofwel één jaar. Omdat die 6 uur per jaar oploopt, voegen we elke vier jaar een schrikkeldag toe om de kalender kloppend te houden.
De afstand van de aarde tot de zon is gemiddeld ongeveer 150 miljoen kilometer. De aarde beweegt daarbij met een snelheid van zo’n 107.000 kilometer per uur. Dat klinkt duizelingwekkend snel, maar omdat alles om je heen meebeweegt, merk je er niets van.
De baan van de aarde is niet perfect rond. In januari staat de aarde iets dichter bij de zon dan in juli. Toch is dat niet de oorzaak van de seizoenen. Die komen door de kanteling van de aardas, die ongeveer 23,5 graden scheef staat. In de zomer staat het noordelijk halfrond naar de zon gekanteld, waardoor de zonnestralen steiler invallen en de dagen langer zijn.
Hoe de maan om de aarde draait
De maan draait in een baan om de aarde en doet daar gemiddeld 29,5 dagen over. Dat is de basis van onze maandindeling. De maan beweegt op een gemiddelde afstand van zo’n 384.000 kilometer van de aarde.
Opvallend: de maan draait in dezelfde tijd om haar eigen as als om de aarde. Daardoor zie je vanaf de aarde altijd dezelfde kant van de maan. De achterkant van de maan was voor mensen lange tijd compleet onzichtbaar.
De maan heeft zelf geen licht. Wat je ziet, is gereflecteerd zonlicht. Hoeveel van de verlichte kant van de maan jij ziet, hangt af van de positie van de maan ten opzichte van de zon en de aarde. Dat is precies waarom de maan er elke nacht anders uitziet.
Maanfasen: hoe draait de maan om de aarde en de zon samen?
De maanfasen ontstaan door de combinatie van hoe de maan om de aarde draait en hoe de aarde om de zon draait. Staat de maan aan de kant van de zon, dan zie je de verlichte achterkant niet en lijkt de maan onzichtbaar. Dat noemen we nieuwe maan. Staat de maan aan de tegenovergestelde kant van de aarde, dan zie je de volle verlichte voorkant: volle maan.
Daartussenin zie je gedeelten van de maan oplichten. De volgorde is telkens hetzelfde:
- Nieuwe maan: maan niet zichtbaar
- Wassende maan: steeds groter wordend sikkel aan de rechterkant
- Eerste kwartier: rechterhelft verlicht
- Wassende gibbeuze maan: meer dan de helft verlicht
- Volle maan: volledig verlicht
- Afnemende gibbeuze maan: langzaam minder verlicht
- Laatste kwartier: linkerhelft verlicht
- Afnemende maan: sikkel aan de linkerkant
Dit patroon herhaalt zich elke 29,5 dagen. Omdat die cyclus net iets korter is dan een kalendermaand, valt de datum van volle maan elke maand op een andere dag.
Wanneer zie je de maan niet?
Bij nieuwe maan staat de maan tussen de aarde en de zon in. De verlichte kant wijst dan naar de zon, weg van de aarde. Daardoor is de maan overdag niet te onderscheiden en ’s nachts niet te zien. Staat de maan bovendien precies op één lijn met de aarde en de zon, dan blokkeert hij even het zonlicht. Dat noemen we een zonsverduistering.
Omgekeerd: staat de aarde tussen de zon en de maan, dan valt de schaduw van de aarde op de maan. Dat is een maansverduistering. Die zie je alleen bij volle maan.
De bewegingen van de aarde om de zon en de maan om de aarde zijn al eeuwenlang nauwkeurig in kaart gebracht. Ze zijn zo regelmatig dat astronomen zon- en maansverduisteringen honderden jaren van tevoren kunnen voorspellen. Wil je de maan goed begrijpen, houd dan een maand lang bij welke fase je elke avond ziet: na één cyclus van 29,5 dagen begin je weer bij de nieuwe maan.





