De maan draait in een vrijwel cirkelvormige baan om de aarde, en doet daar ongeveer 27 dagen over. Die periode heet de siderische maand. De maan beweegt daarbij van west naar oost, in dezelfde richting als de aarde om de zon draait. Elke dag verplaatst de maan zich daardoor een stukje verder aan de hemel, wat je kunt zien als je een paar avonden achter elkaar kijkt naar de positie van de maan tussen de sterren.
De baan van de maan om de aarde
De baan die de maan om de aarde beschrijft is niet perfect rond, maar licht elliptisch. Dat betekent dat de afstand tussen de maan en de aarde voortdurend een beetje verandert. Op het dichtstbijzijnde punt (het perigeum) is de maan ongeveer 363.000 kilometer van de aarde verwijderd. Op het verste punt (het apogeum) is dat zo’n 405.000 kilometer. Gemiddeld bedraagt de afstand ongeveer 384.000 kilometer.
Door die elliptische baan lijkt de maan soms iets groter en soms iets kleiner aan de hemel. Wanneer een volle maan samenvalt met het perigeum, noem je dat wel een supermaan. Die ziet er iets groter en helderder uit dan een gewone volle maan, al is het verschil voor het blote oog vaak beperkt.
Hoe snel draait de maan om de aarde?
De maan legt in zijn baan om de aarde een gemiddelde snelheid af van circa 1 kilometer per seconde, ofwel ongeveer 3.600 kilometer per uur. Ter vergelijking: een vliegtuig vliegt ruwweg 900 kilometer per uur. De maan is dus veel sneller, maar de baan is ook enorm groot. In één rondje legt de maan een afstand af van bijna 2,4 miljoen kilometer.
Waarom zien we altijd dezelfde kant van de maan?
Dit is een van de opvallendste kenmerken van hoe de maan om de aarde draait. De maan draait niet alleen om de aarde, maar ook om zijn eigen as, en die twee bewegingen duren precies even lang: allebei zo’n 27 dagen. Dit heet gebonden rotatie. Het gevolg is dat de maan altijd dezelfde kant naar de aarde toekeert. De achterkant van de maan is vanuit de aarde nooit direct te zien. Die kant werd voor het eerst gefotografeerd door een ruimtesonde in 1959.
Gebonden rotatie is geen toeval. Het is het resultaat van getijdenkrachten. De aarde trekt al miljarden jaren aan de maan, waardoor de rotatieperiode van de maan langzaam is gesynchroniseerd met zijn omlooptijd. Dit verschijnsel komt vaker voor bij manen in ons zonnestelsel.
De maand komt van de maan
De omlooptijd van de maan heeft direct geleid tot ons begrip “maand”. Zoals de Universiteit Leiden aangeeft, komt het woord “maand” letterlijk van de maan. Elke 27 dagen maakt de maan een rondje om de aarde, wat ruwweg overeenkomt met de lengte van een maand in de kalender. De licht langere kalendermaanden van 28, 29, 30 of 31 dagen zijn ontstaan doordat oude kalenders ook rekening hielden met de stand van de zon en het seizoen.
Vliegtuig versus maanfasen: het verschil tussen twee soorten maand
Het is goed om te weten dat er twee manieren zijn om de omlooptijd van de maan te meten. De siderische maand duurt ongeveer 27,3 dagen en is de tijd die de maan nodig heeft om precies één ronde om de aarde te maken, gemeten ten opzichte van de sterren. De synodische maand duurt ongeveer 29,5 dagen en is de tijd tussen twee opeenvolgende nieuwe manen. Dat tweede getal is langer omdat de aarde ondertussen ook is opgeschoven in zijn baan om de zon. De maan moet daardoor een klein stukje verder reizen voordat hij vanuit de aarde weer precies in dezelfde positie staat ten opzichte van de zon.
- Siderische maand: 27,3 dagen (één volledige omloop gemeten aan de sterren)
- Synodische maand: 29,5 dagen (van nieuwe maan tot nieuwe maan)
De invloed van de maan op de aarde
De manier waarop de maan om de aarde draait heeft directe gevolgen voor het leven op aarde. De zwaartekracht van de maan trekt aan het oceaanwater aan de kant van de aarde die naar de maan is gericht. Dat veroorzaakt getijden: eb en vloed. Ook aan de andere kant van de aarde ontstaat een getijdenbult, omdat het water daar juist naar buiten wordt geslingerd. De combinatie van beide bulten zorgt ervoor dat de meeste kusten twee keer per dag te maken krijgen met vloed en twee keer met eb.
De maan helpt ook de aardas stabiel te houden. Zonder de aanwezigheid van de maan zou de kanteling van de aardas waarschijnlijk veel grilliger schommelen, met drastische klimaatveranderingen als gevolg. In die zin speelt de manier waarop de maan om de aarde draait een stille maar grote rol in de stabiliteit van ons klimaat.
Kort samengevat: de maan draait in 27,3 dagen in een elliptische baan om de aarde, op gemiddeld 384.000 kilometer afstand, met een snelheid van circa 3.600 kilometer per uur. Door gebonden rotatie zie je vanaf de aarde altijd dezelfde kant, en door de zwaartekracht van de maan hebben we eb en vloed. Een eenvoudige beweging met grote gevolgen.





