In de melkweg passen ruwweg 700 biljard mensen, oftewel een 7 gevolgd van 17 nullen. Dat getal klinkt absurd, maar het is het resultaat van een simpele berekening: je deelt het volume van de melkweg door het volume van een gemiddeld menselijk lichaam. Het antwoord geeft meteen een indruk van hoe onvoorstelbaar groot ons sterrenstelsel eigenlijk is.
De berekening: volume van de melkweg versus een menselijk lichaam
De melkweg is een spiraalvormig sterrenstelsel met een diameter van ongeveer 100.000 lichtjaar en een schijfdikte van gemiddeld zo’n 1.000 lichtjaar in de dichtste gebieden. Het totale volume wordt wetenschappelijk geschat op ruwweg 8 × 1060 kubieke meter. Dat is een 8 met zestig nullen erachter.
Een gemiddeld menselijk lichaam heeft een volume van ongeveer 0,07 kubieke meter, wat overeenkomt met zo’n 70 liter. Als je het volume van de melkweg deelt door dat getal, kom je uit op een gigantisch getal: ergens in de orde van 1062 mensen. Zelfs als je ruimte overlaat tussen de mensen, praat je over aantallen die alle begrip te boven gaan.
Hoeveel mensen passen er in de melkweg als je ook ruimte meerekent?
In de praktijk kun je mensen niet als vloeistof in een ruimte gieten. Als je ieder mens een redelijke persoonlijke ruimte geeft, zeg een kubus van 1 bij 1 bij 2 meter, dan rekent dat ruimer. Eén persoon neemt dan 2 kubieke meter in beslag in plaats van 0,07. Het totaal daalt dan naar zo’n 4 × 1060 mensen. Nog steeds een getal dat elk aardse begrip ver voorbijgaat.
Ter vergelijking: het totale aantal mensen dat ooit op aarde heeft geleefd wordt geschat op ongeveer 100 miljard, ofwel 1011. Het aantal mensen dat in de melkweg past, ligt daar dus ruwweg 50 ordes van grootte boven. Je kunt de huidige wereldbevolking miljarden malen herhalen en nog steeds nauwelijks de oppervlakte raken van wat de melkweg aan ruimte biedt.
Wat zegt dit getal eigenlijk?
Het getal is vooral een manier om de schaal van het heelal begrijpelijk te maken. De melkweg is niet gewoon groot, het is een ruimte waarvan de omvang met normale aantallen of dagelijkse vergelijkingen nauwelijks te vatten is. Lichtjaren zijn al abstracte eenheden. Een lichtjaar is de afstand die licht in één jaar aflegt, zo’n 9,46 biljoen kilometer. De melkweg is 100.000 van die lichtjaren breed.
Het berekenen hoeveel mensen er in de melkweg passen is dan ook minder een praktische vraag en meer een rekensommetje dat wetenschappers en wiskundeleraren gebruiken om mensen een gevoel te geven voor exponentiële getallen en de ware schaal van het universum.
Nog een vergelijking om het te laten landen
Stel dat je alle zandkorrels op alle stranden en in alle woestijnen van de aarde bij elkaar optelt. Dat aantal wordt geschat op ergens tussen de 1018 en 1019 korrels. Het aantal mensen dat in de melkweg past, is nog steeds tientallen ordes van grootte groter dan dat. De melkweg is, simpel gezegd, zo groot dat geen enkel menselijk referentiepunt echt helpt om het te begrijpen, behalve het rekenen zelf.
De eerlijke conclusie is dus: hoeveel mensen er in de melkweg passen hangt af van hoe je meet, maar het antwoord ligt ergens tussen de 1060 en 1062. Een getal zo groot dat het in de praktijk geen verschil maakt welke kant van die schatting je aanhoudt.





