Alle planeten op een rij in ons zonnestelsel zijn, van de zon naar buiten: Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. Dat zijn acht planeten in totaal, sinds Pluto in 2006 door de Internationale Astronomische Unie (IAU) werd herclassificeerd als dwergplaneet. Hieronder vind je een overzicht van elke planeet met de belangrijkste kenmerken.
De acht planeten in volgorde van de zon
De vier planeten het dichtst bij de zon heten de rotsplaneten of aardse planeten: Mercurius, Venus, Aarde en Mars. Ze hebben een vaste, rotsachtige oppervlakte. De vier buitenste planeten zijn gasreuzen en ijsreuzen: Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. Die hebben geen vast oppervlak zoals wij dat kennen.
| Planeet | Type | Afstand tot zon (gem.) | Omlooptijd om de zon |
|---|---|---|---|
| Mercurius | Rotsplaneet | 57,9 miljoen km | 88 dagen |
| Venus | Rotsplaneet | 108,2 miljoen km | 225 dagen |
| Aarde | Rotsplaneet | 149,6 miljoen km | 365 dagen |
| Mars | Rotsplaneet | 227,9 miljoen km | 687 dagen |
| Jupiter | Gasreus | 778,5 miljoen km | 11,9 jaar |
| Saturnus | Gasreus | 1,43 miljard km | 29,5 jaar |
| Uranus | IJsreus | 2,87 miljard km | 84 jaar |
| Neptunus | IJsreus | 4,50 miljard km | 165 jaar |
Mercurius: de kleinste en snelste planeet
Mercurius is de kleinste planeet van ons zonnestelsel en de dichtstbijzijnde bij de zon. Omdat hij zo dicht bij de zon staat, legt hij zijn baan in slechts 88 dagen af. Toch is Mercurius niet de heetste planeet. Dat komt doordat hij nauwelijks een atmosfeer heeft om warmte vast te houden. Temperaturen schommelen tussen min 180 en plus 430 graden Celsius.
Venus: de heetste planeet
Venus is wel de heetste planeet, met een gemiddelde temperatuur van ongeveer 465 graden Celsius. Dat komt door een extreem dik pakket wolken van koolstofdioxide dat warmte gevangen houdt. Venus draait ook in de tegengestelde richting van de meeste andere planeten: de zon gaat er in het westen op en in het oosten onder. Vanuit de Aarde is Venus vaak zichtbaar als de helderste “ster” aan de hemel, ook wel de avondster of morgenster genoemd.
Aarde: de enige planeet met leven
De Aarde staat op de derde positie van de zon en is vooralsnog de enige planeet waarop leven bekend is. Ze heeft een beschermende atmosfeer, vloeibaar water aan het oppervlak en een magnetisch veld dat ons beschermt tegen zonnewind. De Aarde heeft één maan, die een grote invloed heeft op de getijden in onze oceanen.
Mars: de rode planeet
Mars dankt zijn rode kleur aan ijzeroxide, beter bekend als roest, op het oppervlak. De planeet heeft twee kleine maantjes: Phobos en Deimos. Mars is ook de planeet die wetenschappers het meest onderzoeken als mogelijke toekomstige verblijfplaats voor mensen. Er zijn diepe canyons, hoge vulkanen (de Olympus Mons is de hoogste berg in het zonnestelsel) en aanwijzingen dat er vroeger vloeibaar water was.
Jupiter: de grootste planeet
Jupiter is veruit de grootste planeet van ons zonnestelsel. Hij is zo groot dat alle andere planeten samen er ruim twee keer in zouden passen. De planeet is herkenbaar aan zijn gekleurde banden en de Grote Rode Vlek, een gigantische storm die al honderden jaren woedt. Jupiter heeft tientallen manen, waaronder Ganymedes, de grootste maan in het zonnestelsel.
Saturnus: de planeet met de ringen
Saturnus is direct herkenbaar door zijn opvallende ringensysteem, opgebouwd uit ijs en stofdeeltjes. De ringen zijn enorm breed (tot wel 282.000 kilometer) maar tegelijk heel dun, soms slechts enkele tientallen meters. Net als Jupiter is Saturnus een gasreus zonder vast oppervlak. Hij heeft meer dan 80 bekende manen, waarvan Titan de bekendste is. Titan heeft zelfs een dichte atmosfeer en meren van vloeibare methaan.
Uranus: de planeet op zijn zij
Uranus is een ijsreus en staat bekend om zijn extreme kanteling. De rotatie-as ligt bijna horizontaal, waardoor Uranus als het ware op zijn zij om de zon rolt. De planeet heeft een blauwgroene kleur door methaan in de atmosfeer. Uranus werd pas in 1781 officieel ontdekt door astronoom William Herschel, als eerste planeet gevonden met een telescoop.
Neptunus: de verste planeet
Neptunus is de verste planeet van de zon en heeft de langste omlooptijd van alle acht: bijna 165 jaar voor één ronde om de zon. Dat betekent dat Neptunus pas in 2011 voor het eerst een volledig jaar had afgelegd sinds zijn ontdekking in 1846. De planeet heeft de sterkste windstoten van het zonnestelsel, met snelheden die oplopen tot meer dan 2.000 kilometer per uur. De grootste maan van Neptunus heet Triton en beweegt in tegengestelde richting van de planeet zelf.
Wanneer staan alle planeten letterlijk op een rij?
Een “planetenparade” waarbij alle planeten tegelijk zichtbaar zijn aan de hemel, trekt altijd veel aandacht. Het gaat daarbij niet om een perfecte rechte lijn, maar om planeten die binnen een smal gedeelte van de hemel te zien zijn. De vijf met het blote oog zichtbare planeten (Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus) staan wat vaker tegelijk aan de hemel dan alle acht samen. Zo’n zeldzame opstelling waarbij ook Uranus en Neptunus erbij worden betrokken, vereist een verrekijker of telescoop om ze goed te zien.
De acht planeten zijn elk uniek van formaat, samenstelling en afstand tot de zon. Of je ze nu wilt leren voor school, wilt begrijpen hoe zeldzaam een planetenparade is, of gewoon nieuwsgierig bent: met Mercurius als eerste en Neptunus als laatste heb je alle planeten op een rij.





